EEN LANGE GESCHIEDENIS

Laatst had iemand de euvele hoed
om me een dissident te noemen. Nou vraag ik je!

Ik ben een praktische beoefenaar
van serieuze levenskunst die de dichter

een karaokebar vindt waarin iedereen
waggel is en niemand luistert. 

Onder de winterharde palmboom
een opeenstapeling van bundels en

missers. Alles zit in de war.
Kinderen lopen als vergeten en verlaten 

over het strand rond. Ouders zijn ingezet
voor grensbewaking en tegen

hoge waterstanden. Achter gelaagd glas
het opperen van homerische vergelijkingen.

- Ton van ’t Hof
GLOEIENDE WANGEN

Omdat vriendschappen en het edele vocht
gisteravond rijkelijk hadden gebloeid
was het vanochtend gammelen geblazen.
Dus een verplichte wandeling

over het adelijke landgoed wijl het licht zegende.
We liepen hand in hand, monkelend, volrijp, hoe ouder
hoe gekker. Gevogelte
in herfstschakeringen, links en rechts

neerdwarrelende confetti.
Zo’n bad verkwikt je. De gebeurtenis trekt je
als het ware naar zich toe en omhelst je.

Waarna het werk kon worden hervat,
de voortkabbelende kompaan. Op de meet het laven
van porties kibbeling.

– Ton van ’t Hof
Oentsjerk, 2019 © Ton van ’t Hof
ONTSTAANSGESCHIEDENIS


Dat ik uit liefde geboren ben
doet er toch toe?
fluistert het vers in je oor.
In de marge vind je de aantekening terug
waaruit hij is voortgekomen:
‘de gelegenheid van het gedicht doet ertoe’.
Je loopt de tuin in en verbaast je
over de grote hoeveelheid bloemen die nog bloeien
in de najaarskou; hier worden taken met liefde
vervuld, hier heerst geen toestand van onzekerheid
over het eigen zijn. Je weet het,
dat de situatie je vormt
zodra je erin geraakt. Op de vraag
wat je in je poëzie kwijt kan
antwoordde je ooit, om interessant te doen,
diepgang, waar liefde nu
alles op zijn plaats zou laten vallen.
In je ooghoek wipt een vogel
naar de schrompelige druiventros
die daar speciaal voor hem is blijven hangen.

– Ton van ’t Hof
AFGELEGEN GEBIED


Hé, jij! Wat doe je
hier? De weg kwijtgeraakt?
Kom binnen. Je bent drijfnat. En er rijden
narrige tractoren rond. Je bevindt je in een uithoek
van de poëzie, waar je wolken kunt zien hangen
o! als slagschepen zo groot en je vriend
en vijand niet hoeft te typecasten;
dingen mogen nog vanzelf ontstaan.
En ook in dit huis wordt oorlog verafschuwd
en het leven
gevierd, maar het heeft geen program
waarnaar je je kunt richten.
Glaasje whisky? Weet je, de vrijheid behoort ons
zoals zij tot vogels behoort
die op kliffen broeden.
Niemand hier wil de wijze veranderen waarop jij
de wereld tegemoet treedt, want ach,
als het goed is
word je straks automatisch
toch wel weer op je bestaan teruggeworpen.

– Ton van ’t Hof
ALLERZIELEN


Er is altijd een risico.
Aan iedere heilige
kleeft wel een onzekerheidje.
Uit de radio schalt reclame,
buiten is het nog zo donker als de hel.
Zaken lopen af
of staan op het punt te beginnen.
Je onderzoekt een gedachte,
denkt over de werkelijkheid na en iedereen
mag meepraten. Ook de dood
komt aan bod en je neemt je voor
om bloemen te leggen
op het graf, omdat je je twijfels hebt
over hemel of vagevuur.
De dageraad gloort. Je zet opnieuw koffie.
Vogels kwetteren. Zoals gewoonlijk
gaat het gedicht als een tiran
zijn goddelijke gang en zadelt jou op
met het bedenken van een oplossing
die in de aard der dingen ligt.
De zon breekt door
en het belooft een mooie dag te worden.

– Ton van ’t Hof
OMSLAG

Het moment waarop je onderkent
dat je de weg kwijt bent. Uit je mond
een walm van te veel scherpte
en goedkope tafelwijnen. Verdwaald
in een landschap dat trappelt van de kou.
Je ziet de levervlekken op je handen
maar niet de kaart waarop je je bevindt en vraagt je af
hoe het vers zich hieruit zal weten te redden.
Je peilt de diepte. Wie
heeft het voor het zeggen in de wereld?
Oproerkraaiers? Sjoemelende gezagsdragers?
Als je ter herinnering een foto maakt
van een stoppelveld onder een donkere wolkenlaag
begint er een kerkklok te luiden, tijd
om af te slaan. Je zet de dictafoon uit
en snuift het jaargetijde op,
speurt naar de vogel die fluitend
een toekomst tegemoet gaat,
je overstijgt jezelf
en keert de gelegenheid de rug toe.

— Ton van ’t Hof
ALS DICHTER

ben ik vervreemd
van de fijngevoeligheid
van het volk
dat me steeds weer
terloops
en dodelijk
weet te marginaliseren

(tot nu toe
ben ik
nooit veroordeeld
wegens een
politiek gedicht –
radiostilte
viel me ten deel
de witte ruis
van de media
die mijn woorden
stoorde)

telkens als ik hoor
dat poëzie
economisch winstgevend
noch politiek effectief is
raak ik
in verwarring

telkens als ik hoor
dat dissidente opvattingen
kunst
in de vernieling helpen
raak ik
het spoor bijster

telkens als ik hoor
dat ik voorbeschikt ben
tot luxeartikel
tot siersel
op de koffietafel
tot ceremoniële gebruik
op een nationale feestdag
raak ik
van mijn stuk

en denk terug
aan wat Adrienne Rich
ooit werd ingefluisterd
over een land
verafgelegen

waar iedereen
dichter
schijnt te zijn

You’ll love it!

— Ton van ’t Hof