Voor zijn bundel De minderweter (2019) koos Pieter de Bruijn Kops voor een vers van de Chinese dichter Sun Chuo (320-377) als motto:

De grote leegte is wijd en breed, niets hindert haar:
     zij veroorzaakt het wonderbaarlijke Zijn dat zo is als het is.
Gesmolten vormt het stromen en beken,
     gestold vormt het bergen en hoogten.

De Bruijn Kops (1959) is volgens LinkedIn ‘acquirerend redacteur’ poëzie en non-fictie van Nieuw Amsterdam, waar ook zijn twee dichtbundels zijn verschenen.

Je vraagt je af of hij zichzelf heeft weten te strikken als auteur voor het fonds van zijn werkgever.

Het is zoals het is.

Sun Chuo schreef landschapspoëzie en was geïnteresseerd in het taoïsme, dat meedobberen als devies heeft.

Voor je het weet laat je je alles welgevallen. Misschien is dát wel het probleem dat ik met het taoïsme heb.

Door naar de gedichten van De Bruijn Kops: ze zijn gemakzuchtig. Naïef. Niet uit noodzaak geschreven.

Een (titelloos) voorbeeld:

Hij is
hedonist

hij probeert
het genot
tot
een
máximum

te beperken

Er staat in deze bundel niet één goed gedicht. De minderweter is een hoopje prut, meer kan ik er niet van maken. Nog een voorbeeld:

TWEE HAIKOES

herfsthaikoe

De zomer was mooi
er steekt een fris windje op
doe maar een vest aan

lentehaikoe

Toerist neemt selfie
bij tulpenboom, tulpenboom
vindt het wel prima

Mijn God!

Arjan Peeters noemde De Bruijn Kops in zijn minibespreking van deze bundel ‘een middelmatige dichter’ die ‘aan dat inzicht nog niet toe is.’

Ik leende De minderweter van de landelijk opererende online Bibliotheek, die nauwelijks (meer) contemporaine poëzietitels aanschaft (35 titels uit 2017, 20 uit 2018 en, tot nu toe, 3 uit 2019). Op grond van wát maakt men daar keuzes?

Tot slot nog de achterflap van deze bundel, waarop drie heren, aangekondigd als ‘de pers’, De minderweter vol lof aanprijzen: Rob Schouten, Thomas Verbogt en Jasper Henderson (acquirerend redacteur van Lebowski); je weet gelijk weer hoe verdorven de pobizz in elkaar zit!