‘De kunstenaar wordt niet alleen uitgedaagd om het jachtige heden te beschrijven, maar ook om inzicht te verkrijgen in wie we in het hier en nu zijn, om te onderzoeken wat ons bindt en om vervolgens de vraag te beantwoorden: En hoe dan te leven?’

Philip Metres

‘Sommigen van ons lezen of schrijven niet zozeer voor hun plezier of met het oog op onderricht, maar om te veranderen, te beteren, zich op te laden.’

C.D. Wright

‘Weet je, het lijkt erop dat mensen nagenoeg alles liever doen dan een gedicht lezen en verwerken. Een uiteenzetting van de dichter over wat hij ermee bedoelt, wordt als zeer leerzaam beschouwd, maar mijn punt is dat die echt niemand helpt, omdat zij slechts een parafrase op afstand is.’

John Ashbery

In 2017 herzag Philip Metres zijn essay uit 2007 over documentaire poëzie, From Reznikoff to Public Enemy, dat in 2010 door Frank Keizer voor Parmentier integraal werd vertaald

Deze herziene versie, getiteld (More) News from Poems: Investigative/ Documentary/ Social Poetics, is opgenomen in Metres’ The Sound of Listening: Poetry as Refuge and Resistance, dat onlangs verscheen in de serie Poets on Poetry.

In vergelijking met 2007 is de inleiding uitgebreid en zijn besprekingen toegevoegd van werk dat sindsdien in dit genre is verschenen.

In documentaire poëzie, ook wel onderzoeks- of sociale poëzie genoemd, worden documenten gebruikt om mensen en bewegingen voor het voetlicht te brengen die door massamedia worden onderbelicht. Het draait hierbij om de bewuste toe-eigening en aanpassing van documentaire teksten.

Geen klakkeloze overname, geen ‘efemere readymade die na één salvo de vuilnisbak in kan.’ Succesvolle documentaire poëzie vitaliseert zich volgens Metres op drie manieren.

(1) Het gedicht is een uitbreiding van het document en geeft vergeten of gecastigeerde geschiedenissen een tweede leven. Het bezwijkt niet ‘onder de druk van de werkelijkheid’ en weet in taal en vorm een op zichzelf staand gedicht te blijven.

(2) Het document is een uitbreiding van het gedicht en verleent het gezag dat het gedicht niet zelf kan doen gelden. Het gebruik van documentaire teksten brengt ook het verhalende element terug in de lyriek, nodigt uit tot gesprekken met personen, gemeenschappen of maatschappijen waarnaar wordt verwezen.

(3) Documentaire poëzie geeft gelegenheid tot een heroverweging van wat poëzie is en kan doen. Het is een genre dat mede is ontstaan uit een besef dat geschiedenis niet alleen wordt gevormd door handelingen maar ook door taal.

Voor beoefenaars van documentaire poëzie ligt er wel een gevaar op de loer: waar dingen worden uitgelicht worden andere dingen buiten beschouwing gelaten. Geschiedenissen kunnen niet in hun totaliteit aan de vergetelheid worden ontrukt.

Documentaire poëzie houdt zich op tussen de feitelijkheid van teksten en het geweld van framing. De exploitatie van documenten – en van personen waarop ze betrekking hebben – is een permanente dreiging. In de kern, stelt Metres, bevat documentaire poëzie een ethisch dilemma.

Ik ken maar enkele Nederlandstalige voortbrengselen van documentaire poëzie, waaronder mijn eigen gedicht ‘Archieflichamen’, uit mijn bundel Dichter & andere dingen. Omdat ik een stuk zou willen schrijven over het gebruik van documentaire teksten in Nederlandstalige gedichten houd ik me aanbevolen voor andere titels.