Las een artikel van Eric Schmaltz over een poëziesoort waar ik nog nooit van gehoord had, het haptische gedicht, dat als volgt wordt geïntroduceerd (ik parafraseer waar nodig, Schmaltz is geen begenadigd schrijver):

Het haptische gedicht is een specifieke vorm van communicatie. Het voltrekt zich in het ondeelbare ogenblik waarop taal, object en lichaam elkaar raken en prikkels zich een weg banen via huid en zenuwstelsel. In tegenstelling tot de verwante praktijken van visuele en auditieve poëzie, die oog of oor willen stimuleren, mikt het haptische gedicht op meer holistische gewaarwordingen van uitwendige en inwendige beroeringen. Haptische poëzie plaatst de zintuiglijke ervaring van het gedicht op de voorgrond.

In de kern van de zaak – en in tegenstelling tot meer gangbare poëzie – maakt het materiaal waaruit het haptische gedicht bestaat bewust en integraal deel uit van de werking van het vers.

Historisch gezien sluit haptische poëzie aan bij de readymades van Duchamp, de intermediaire objecten van Fluxuskunstenaar Ben Vautier en de op instructie gebaseerde conceptuele werken van Yoko Ono. De Canadese dichter bpNichol (1944-1988) wordt als een van de eerste beoefenaars aangewezen. Hij vroeg zich af hoe een dichter zijn lezer fysiek kon raken:

‘How can the poet reach and touch you physically as say the sculptor does by caressing you with objects you caress? Only if he drops the barriers.’

bpNichol

De voorbeelden die Schmaltz aan het einde van zijn betoog geeft, waaronder bpNichols Journeying & the Returns , verduidelijken veel. Vooral Kate Siklosi’s ‘Studies in fragiliteit’ lijkt me haptische poëzie in optima forma. De foto hieronder geeft een van die studies weer.

Ik zoek nog naar Nederlandse en Vlaamse exempels; suggesties zijn meer dan welkom.

‘Studie in fragiliteit’, Kate Siklosi