Over de slinger van haar bundel Witness in the Convex Mirror (2019) zegt Eileen R. Tabois in een noot vooraf: ‘Elk gedicht begint met één of twee regels uit “Self-Portrait in a Convex Mirror” van John Ashbery.’

Ashbery publiceerde dit legendarische gedicht in 1975 en kreeg voor de gelijknamige bundel de Pulitzer Prize, de National Book Award en de National Book Critics Circle Award.

Tabois, die meer dan vijftig boeken op haar naam heeft staan, gaat met deze matige dichtbundel overigens geen prijzen in de wacht slepen.

Hoewel ik niet zo’n fan ben van Tabois’ hoekige, vaak uitgesproken politieke poëzie kocht ik, als Ashbery freak, haar bundel vanwege de gehanteerde procedure. Maar de grandeur van Ashbery’s regels blijkt geen garantie voor lovenswaardige prestaties van Tabois. Eerlijk gezegd bakt ze er meestal niets van.

Toch maar eentje vertaald, met een weliswaar aardig maar uit de lucht vallend slot. De eerste regel is van Ashbery, de overige vijf van Tabois.

NATIONALISME


Binnen blikveld onder avondhemel, zonder
voorbode van inzicht dat, in elk geval,
vermoeiend zou zijn aan het einde
van een lange dag: wild wapperende vaandels
alsof de dag even tevoren werd begroet.
Dus, het inzicht: zoals vlaggen rafelen landen

– Eileen R. Tabois