Stuitte gisteren op een gedicht van ene Chih Yuan dat is opgenomen in The Clouds Should Know Me By Now: Buddhist Poet Monks of China (1998). Het was naar het Engels vertaald en bevatte benamingen als ‘mountain kitchen’, ‘blue moss’ en ‘almsbowl’ die ik niet een-twee-drie kon thuisbrengen.

LIVING
IN POVERTY

The Stove
In my mountain kitchen
Is tracked with blue moss.
Dust fills the almsbowl.
There isn’t any food.

A pity
Mice and sparrows
Haven’t learned about poverty yet,
Drilling into the room, drilling
Through the walls.

— Chih Yuan

Wie ‘mountain kitchen’ googelt krijgt luxueuze Amerikaanse keukens te zien die in bergvilla’s zijn geplaatst en in niets verschillen van luxe kookgelegenheden op zeeniveau. Vroeger, toen bergen nog met hulp van lastdieren werden bestegen, is dat ongetwijfeld anders geweest. Ik stel me zo voor dat de meeste hooggelegen keukens toentertijd zeer eenvoudig waren uitgerust.

De combinatie van bergkeukentje en monnik deed me overigens denken aan een foto (zie hieronder) die beeldend kunstenaar Ulay, jarenlang partner van performancekunstenaar Marina Abramović, ooit in China nam. Op die foto zien we op een onmogelijke plek twee hutjes hoog boven de wereld uittornen. In het voorste hutje gluurt iemand – een monnik? – de fotograaf aan. Ik vind het een magisch, bovenwerkelijk tafereel.

Voorts leerde ik na enig onderzoek dat er verschillende soorten blauwgroene mossen en blauwe zwammen bestaan en dat boeddhistische monniken met een bedelnap aan voedsel proberen te komen. Voilà!

Hoewel de vertaling van de tweede strofe een koud kunstje was, stelt hij me qua strekking toch voor een raadsel: waarom is het jammer (‘a pity’) dat muizen en mussen nog niet weten wat armoede is? Stoort de ik-persoon zich aan de geluiden die ze maken? Wordt hij zich daardoor té bewust van zijn eigen honger? Of zijn er plausibelere lezingen denkbaar?

Tot slot vraag ik me af of de dichter dit gedicht schreef terwíjl hij in zijn schamele berghut werd geplaagd door honger, geknaag en gepik; een gelegenheidsgedicht, zeg maar. Moet haast wel.

LEVEN
IN ARMOEDE

Het fornuis
In mijn bergkeukentje
Is bedekt met blauw mos.
De bedelnap vergaart stof.
Ik heb niets te eten.

Jammer
Dat muizen en mussen
Nog niet weten wat armoede is,
Knagend aan de kamer,
Muren openpikkend.

— Chih Yuan

PS Om welke Chih Yuan het gaat heb ik niet kunnen achterhalen. Via Google vernam ik dat er meerdere opties zijn.