Ashbery Mode,’ zo opent Michael Farrell zijn voorwoord, ‘erkent de grote invloed van – en waardering voor – John Ashbery en zijn werk in Australië.’ Of Farrell met deze bloemlezing Ashbery’s invloed ook wil aantonen wordt niet duidelijk. Hij spreekt met geen woord over de toegepaste selectiecriteria.

Heeft hij gedichten uitgekozen op grond van ashberyiaanse kenmerken of dichters gevraagd een gedicht te schrijven met het werk van Ashbery in hun achterhoofd? Dat is en blijft zo helder als koffiedik.

Ik moet het doen met wat voor me ligt: ruim honderd bladzijden poëzie waarbij ik in het ene gedicht meer Ashbery herken dan in het andere. Wat niet erg is; ik vermaak me desondanks uitstekend. Ashbery Mode is simpelweg een eerbetoon, hommage, huldeblijk.

Onderstaand gedicht is van Ashley Capes:

BLACK COMEDY

the trouble with harry

doet me aan pittige pastasaus denken,

en bij het afwassen

in oranje water

dat koud wordt

omdat ik niet kan stoppen

met denken, aan vlinders

en die korte

maanden; hebben de sterkste nog tijd

om te doen wat het ook is

dat insecten doen? het probleem met

sterven is dat het nooit

zo grappig kan zijn als een black comedy

of zal ik, als het erop aankomt,

kunnen lachen om mijn lichaam

als men het in een gat laat zakken,

om de een of andere reden strak

in het pak in een kist met

een kussen en mijn tanden vast

en zeker heel schoon en wie weet

ook nog gebleekt,

voor het geval dat ik waar ik ook heenga

een grote glimlach nodig heb?

— Ashley Capes